START NU JE EERSTE MAAND VOOR €4,- MET CODE:

CHATBOT

Scheikundige reactievergelijking oplossen: hoe doe je dat?

Bij ontzettend veel onderwerpen van de scheikunde moet je deze vaardigheid wel beheersen. Vaak is het net een soort puzzeltje wat je moet oplossen.

In dit artikel worden alle stappen van het oplossen van een reactievergelijking uitgelegd. Lees dus snel verder!

Een scheikundige reactievergelijking bestaat uit twee kanten: de linkerkant, waar de beginproducten of beginstoffen staan benoemd, en een rechterkant, waar de eindproducten of eindstoffen staan. Door een scheikundig proces, aangeduid met een pijl, veranderen de beginproducten in de eindproducten.

Voorbeeld 1

Dit kan je met woorden uitschrijven. Als voorbeeld nemen we de verbranding van koolstof. Bij een verbranding moet er altijd zuurstof aanwezig zijn. Let goed op de fase-aanduidingen per stof. De linkerkant van de reactievergelijking wordt dan dus:

Scheikundige mengsels

Koolstof(s) + zuurstof(g) →

Het eindproduct van deze reactie is koolstofdioxide. De volledige reactievergelijking wordt dus

Koolstof(s) + zuurstof(g) → koolstofdioxide(g)

Dit kunnen we ook in formulevorm schrijven. De vergelijk wordt dan:

C(s) + O2(g) → CO2(g)

We moeten dan nog controleren of de reactievergelijking ook klopt . Dit doen we door aan de linker- en rechterkant van de pijl te tellen hoeveel atomen er van elk element aanwezig zijn. Dit kan je op de volgende manier opschrijven:

C(s) + O2(g)CO2(g)
C1C1
O2O2

Omdat er links en rechts van de pijl evenveel C-atomen en O-atomen zijn, is deze vergelijking kloppend.

Voorbeeld 2

Er zijn ook een heleboel voorbeelden waarbij dit niet het geval is. Neem bijvoorbeeld de verbranding van methaan (formule: CH4(g)). Schrijf eerst weer de reactievergelijking in formulevorm op.

CH4(g) + O2(g) → CO2(g) + H2O(l)

Als we in deze formule gaan tellen hoeveel atomen er per element aanwezig zijn, krijgen we het volgende:

CH4(g) + O2(g)CO2(g) + H2O(l)
C1C1
H4H2
O2O3

Er zijn links en rechts van de pijl niet evenveel atomen van waterstof (H) en zuurstof (O) aanwezig. We moeten de vergelijking dus nog kloppend maken. Dit doe je door coëfficiënten toe te voegen aan de formule. Wanneer we bijvoorbeeld de coefficient (of index) 2 toevoegen aan water (H2O), krijgen we het volgende:

CH4(g) + O2(g)CO2(g) + 2H2O(l)
C1C1
H4H4
O2O4

Tel dit maar na. Er zijn nu 4H en 2O atomen vanwege het water (2 x 2H en 2 x 1O).

De hoeveelheid waterstof (H) klopt nu, maar de zuurstof nog niet. De volgende stap is dan ook als volgt:

CH4(g) + 2O2(g)CO2(g) + 2H2O(l)
C1C1
H4H4
O4O4

Er zijn 2 O-atomen bijgekomen, waardoor er nu aan de linker- en rechterkant van de pijl evenveel atomen van elk element aanwezig zijn. De reactievergelijking is nu kloppend gemaakt.

Voorbeeld 3

Een derde voorbeeld is de ontleding van ammoniak (NH3(g)). Er ontstaat stikstof (N2~(g)) en waterstof (H2(g)). Als je dit opschrijft in formulevorm krijg je:

NH3(g)N2(g) + H2(g)
N1N2
H3H2

Door er coëfficiënten aan bepaalde moleculen toe te voegen, kan je de reactievergelijking kloppend maken. Doordat er van het element waterstof aan de linkerkant een oneven aantal atomen is (3), beginnen we hier:

2NH3(g)N2(g) + H2(g)
N2N2
H6H2

De volgende stap is het gelijk maken van de waterstof atomen:

2NH3(g)N2(g) + 3H2(g)
N2N2
H6H6

Er zijn nu overal evenveel atomen van elk element aanwezig. Je hebt de reactievergelijking nu kloppend gemaakt.

Leerlingen die hier vragen over hebben, keken ook naar:

Hoe maak je reactievergelijkingen kloppend?

Wat zijn ontledings- en synthesereacties?

Fasen: in welke toestanden kan een stof voorkomen en wat zijn de verschillen?

Aan de slag
Zo werkt het
Particulier
Blogs
AcademyOver ons